Sleurgang

SLEURGANG
Hij heeft voor ‘t postzegelloket
Zich in de file neergezet,
En telkens met een halve voet
Schuift naar het tralieraam de stoet,
En telkens is er pauze want
De ambtenaar bedient een klant,
En telkens na een zacht gekoer
Gaan weer de beenen van de vloer…
Wat zou het! daarom niet getreurd:
Je krijgt vanzelf op tijd je beurt!
Zij schuift, hij schuift, zij schuiven op”
En eindelijk staat hij aan de kop …
“Vijftig van zes astu meneer!”
Zes rollen centen legt hij neer;
De ambtenaar zegt, als hij ‘t ziet:
“Dat koper accepteer ik niet!”
Hij krijgt een tint en zegt: “Meneer,
Ik heb niet anders deze keer!”
De ambtenaar beslist als steen:
“Dan gaat u zonder zegels heen!”
De file dringt hem haast opzij….,
“Pardon, het is mijn beurt”, zegt hij;
“Wie volgt!” ontbrandt de ambtenaar;
“Nee!” zegt hij, Ik ben nog niet klaar”,
Hij telt zes centen koper neer
En zegt dan: “Een van zes, meneer!”
“Mijn dank!”… Hij telt zes centen neer
En zegt weer: “Een van zes, meneer!”
“Mijn dank!”… Hij telt zes centen neer
En zegt weer: “Een van zes, meneer!”
Maar eer meneer voor zegel vier
Zes centen telt uit z’n papier
Zegt ziedene de ambtenaar:
“Geef op die heele rommel maar!”
Ik dank u zeer, meneer!” zegt hij
En neigt beleefd het hoofd daarbij.
De file proest; de ambtenaar kleurt;
En verder gaat het: “Wie aan beurt…?”

(Nadruk verboden.) LEO LENS.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *