Mal geval

MAL GEVAL
Ik hoor daar een frappant geval,
Het is zoo kostelijk als mal:
Erwaseris een weduwnaar,
Een endje in de zestig jaar,
Gezegend met een flink gezin
Dat vloog de wijde wereld in.
Stout had het in z’n eentje best
Maar stil, en dat verveelt oplest,
En ziet, volkomen onverwacht
Werd hem als ‘t ware thuisgebracht
Een ferme struische jonge vrouw,
Daar ging hij mee in ondertrouw.
Het heele dorp stond overend.
De vrouwen zeiden: wat een vent!
En gansch het jongemaagdendom
Viel bijkans van jaloerschheid om,
Verslond de burgerlijke stand,
De advertentie in de krant.
Maar vond dit boven mate fijn:
De trouwdag zou een Woensdag zijn.
De dames dachten dol verheugd:
‘t Wordt leutig met de vrije jeugd! …
De Woensdag kwam. Het kerkgebouw
Waar ‘t huwelijk geschieden zou
Was als belegerd door een drom
Van dorpelingen, wijs en dom
En jong en oud en arm en rijk,
Maar, in nieuwsgierigheid gelijk.
‘t Beloofde wel een volle kerk,
Al was het juist geen zuiver werk.
De klok sloeg drie, dat was de tijd:
Het bruidspaar werd met vreugd verbeid.
De klok sloeg vier, er werd gespot;
De kerkdeur was en bleef op slot!
Wat wonder! Onze slimme Stout
Was Dinsdag stilletjes getrouwd!!
Men zat er in, en lang niet malsch.
Ik zeg, zei juffrouw Knibbel valsch,
‘t Is schande dat zoo`n vrome man
Met zoo’n bedrog beginnen kan!

(Nadruk verboden.) LEO LENS.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *